Van principes naar contouren
Na het regeerakkoord van 31 januari 2025 werkte de federale regering verder aan de concrete invulling van de meerwaardebelasting. In april 2025 — bij het zogenaamde Paasakkoord — werden de eerste ontwerpteksten gepresenteerd. Voor het eerst kregen fiscale professionals een concreter beeld van wat er op hen afkomt.
Het Paasakkoord bevestigt de drie regimes uit het regeerakkoord: een standaardtarief van 10% voor gewone financiële activa, progressieve tarieven voor aanmerkelijk belang (≥20%), en een tarief van 33% voor interne meerwaarden.
De referentiewaarde krijgt vorm
Een cruciaal element wordt nu concreter: de referentiewaarde. Historische meerwaarden — opgebouwd vóór de inwerkingtreding — blijven vrijgesteld. De waarde van financiële activa op 31 december 2025 wordt het vertrekpunt. Voor beursgenoteerde effecten is dit de slotkoers. Voor niet-beursgenoteerde aandelen voorziet het ontwerp in een forfaitaire formule: eigen vermogen + (EBITDA × 4).
De mogelijkheid om een professionele waardering te laten uitvoeren als alternatief voor de forfaitaire methode wordt ook voorzien. Dit is goed nieuws voor KMO-eigenaars wiens bedrijf meer waard is dan de forfaitaire formule suggereert.
Vrijgestelde activa
Het ontwerp bevestigt welke activa buiten het toepassingsgebied vallen: pensioensparen (tweede en derde pijler), groepsverzekeringen, en spaar-, zicht- en termijnrekeningen. Tak 21-, 22-, 23-, 26- en 44-verzekeringen vallen wél onder de belasting.
Schenkingen en erfenissen zijn vrijgesteld — de meerwaarde wordt pas belast bij een effectieve verkoop door de begiftigde of erfgenaam.
Nog een lange weg naar de definitieve wet
Het Paasakkoord is een politiek akkoord, geen wet. Het ontwerp moet nog naar de Raad van State voor advies, vervolgens naar het parlement voor debat en stemming. Fiscale experts verwachten dat er nog aanpassingen zullen volgen.
Voor bedrijfsrevisoren en accountants begint de voorbereiding: de verwachte vraag naar bedrijfswaarderingen zal enorm zijn. Wie nu al nadenkt over capaciteitsplanning en tooling, zal beter voorbereid zijn.